4 V’s voor veiligheid
Een sociaal veilige omgeving begint met een stevige basis. NOC*NSF heeft hiervoor de 4 V’s voor veiligheid ontwikkeld: vier concrete bouwstenen die elke club op orde zou moeten hebben:
Vastgestelde gedragscode
Waar staat jouw club voor? Wat is acceptabel langs de lijn, in de kleedkamer, de kantine en online? En wat absoluut niet?
Een gedragscode geeft dar antwoord op en is daarmee een belangrijk onderdeel van het clubbeleid.
Zorg dat de gedragscode bekend is bij leden, staf, vrijwilligers en iedereen die bij de club betrokken is. Wie weet wat het gewenste gedrag is, kan er ook op worden aangesproken.
Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG)
Het is belangrijk dat vrijwilligers die met kwetsbare mensen werken een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) hebben. Voor veel sportverenigingen is het aanvragen van VOG’s gratis, door gebruik te maken van de Regeling Gratis VOG. Voor vragen of ondersteuning bij het aanvragen kun je terecht bij de Verenigingsadviseur.
Vertrouwenscontactpersoon
Iedereen binnen de club moet ergens terechtkunnen met vragen of zorgen over grensoverschrijdend gedrag. Dat is de rol van de vertrouwenscontactpersoon (vcp): een luisterend oor, iemand die meedenkt en kan uitleggen welke stappen mogelijk zijn.
Ook adviseert de vcp het bestuur op het gebied van preventie.
Belangrijk om te onthouden: de vertrouwenscontactpersoon is uitdrukkelijk géén hulpverlener en is in iet verantwoordelijk voor de opvolging of oplossing van meldingen.
Vakkundige trainers/coaches
Opgeleid en toegerust voor hun rol. Zie voor meer informatie hier over: ‘Ontwikkeling stimuleren’.
Aanspreekcultuur
Een aanspreekcultuur bouw je aan de hand van de cirkel hiernaast: benoem welke waarden jouw club belangrijk vindt, maak afspraken over het gedrag dat daarbij hoort en spreek elkaar aan wanneer iemand zich hier niet aan houdt. Dit geldt voor alle niveaus: van de bestuurstafel tot aan teambesprekingen en langs de lijn.
Het 4-ogenprincipe
Het 4-ogenprincipe houdt in dat een volwassene altijd kan meekijken of meeluisteren wanneer een trainer, coach of vrijwilliger met een (minderjarige) sporter spreekt. Concreet betekent dit bijvoorbeeld dat de trainer nooit alleen met een sporter in de kleedkamer is.
Risicogebieden
Elke sportclub kent zijn eigen kwetsbare plekken. Denk aan alcohol- en drugsgebruik, gebruik van sociale media, de inrichting van de accommodatie, de verhouding tussen trainers/coaches en sporters, of sporten waarbij lichamelijk contact onvermijdelijk is. Het loont om als bestuur deze risicogebieden samen in kaart te brengen, om bewust en voorbereid te zijn.
Meldprotocol
Zorg dat er een meldprotocol is dat bekend is binnen de club, zodat betrokkenen weten welke stappen er worden gezet bij een melding en wie waar verantwoordelijk voor is.