Waar staat jouw club? We gebruiken het Jeugdsportkompas als denkkader en richtinggever: het beschrijft wat een positieve sportomgeving kenmerkt en langs welke pijlers je daaraan kunt werken. Maar hoe ver zijn jullie al? En waar liggen de volgende stappen? Daar helpt de actieladder bij.

Gebruik de actieladder als een spiegel, om het gesprek op gang te brengen.

Niveau  Zo doe je dat  Bestuur  Kader & trainers  Ouders 
5  Stel voor elke doelgroep een trainersprofiel op en zorg dat trainers worden opgeleid en begeleid. Zorg dat de kwaliteit van begeleiding continu wordt verbeterd.  Stelt trainersprofielen vast per doelgroep. Borgt opleiding structureel in beleid en faciliteert dit actief.  Werkt actief aan eigen ontwikkeling. Begeleidt collega-trainers en deelt kennis en ervaring.  — 
4  Werf kadercoaches op de club die trainers begeleiden op pedagogisch en didactisch gebied.  Werft kadercoaches en borgt hun rol in clubbeleid.  Staat open voor begeleiding door een kadercoach. Past feedback toe in de praktijk.  — 
4  Spreek met trainers en coaches af dat ze positieve aandacht geven en ontwikkeling benadrukken.  Spreekt verwachtingen uit richting trainers en benoemt positief gedrag.  Past een positieve coachingsstijl toe. Geeft stimulerende feedback en benadrukt wat er goed gaat.  Geeft thuis positieve aandacht: vraag naar de training, niet alleen naar de uitslag. 
4  Stimuleer alle vrijwilligers om zich te blijven ontwikkelen en begeleid ze daarin actief.  Faciliteert scholing en begeleiding voor alle vrijwilligers. Waardeert inzet met positieve aandacht.  Pakt scholingsmogelijkheden op en deelt opgedane kennis met collega’s.  — 
4  Check regelmatig hoe sporters het plezier in het sporten ervaren, via korte checks of gesprekken. Grijp direct in bij signalen van afnemend plezier.  Borgt monitoring van sportplezier en bespreekt uitkomsten met kader.  Voert checks uit en signaleert afnemend plezier proactief bij het bestuur.  Geeft aan bij de trainer of het bestuur als het kind minder plezier heeft in de sport. 
3  Voer standaard exit-gesprekken met leden die stoppen en gebruik de inzichten om trainingen en begeleiding te verbeteren.  Borgt exitgesprekken als vast proces en verwerkt inzichten in beleid.  Neemt deel aan evaluaties en past aanpak aan op basis van uitkomsten.  — 
3  Zorg dat trainers het Jeugdsportkompas en/of de 4 inzichten over trainerschap kennen en er in de praktijk mee werken.  Introduceert het Jeugdsportkompas en faciliteert bijbehorende scholing.  Past de 4 inzichten toe in trainingen: structureren, stimuleren, individuele aandacht en regie overdragen.  — 
3  Leer ouders kennen en stimuleer positieve aanmoediging waardoor de sportervaring van het kind verbetert.  Organiseert momenten om ouders te informeren over positieve ouderbetrokkenheid.  Legt contact met ouders en neemt ze mee in de normen en waarden van de club.  Moedigt het kind aan op een positieve manier. Schreeuwt niet langs de lijn en legt geen druk op. 
3  Laat sporters meedenken: vraag tijdens trainingen doelbewust om input en doe er iets mee.  Stimuleert een inspraakcultuur en geeft trainers de ruimte om dit toe te passen.  Vraagt sporters actief om input en handelt ernaar.  — 
2  Spreek ouders aan op negatieve uitingen langs de lijn of vanaf de tribune. Bij signalen van afnemend plezier: onderneem direct actie.  Bespreekt signalen van afnemend plezier met kader en stuurt bij.  Grijpt in bij negatieve uitingen langs de lijn. Reageert als sporters aangeven dat het niet leuk is.  Gedraagt zich positief langs de lijn. Spreekt andere ouders aan op negatief gedrag. 
1  Weet dat het gebrek aan plezier de belangrijkste reden is om te stoppen met sporten.  Erkent dat sportplezier aandacht verdient. Bespreekt dit als eerste stap met trainers.  —  — 

Ga direct naar de acties uitgelegd

Heb je hulp nodig bij het werken naar een volgend niveau, of wil je even sparren? Neem gerust contact op met de Verenigingsadviseurs.