Waar staat jouw club? We gebruiken het Jeugdsportkompas als denkkader en richtinggever: het beschrijft wat een positieve sportomgeving kenmerkt en langs welke pijlers je daaraan kunt werken. Maar hoe ver zijn jullie al? En waar liggen de volgende stappen? Daar helpt de actieladder bij.

Gebruik de actieladder als een spiegel, om het gesprek op gang te brengen.

Niveau  Zo doe je dat  Bestuur  Kader & trainers  Ouders 
5  Plan vaste leermomenten in het seizoen waarop jeugdsporters oefenen hoe ze omgaan met conflicten, winst en verlies en respectvol spelen. Borgt leermomenten in seizoensplanning en clubbeleid. Evalueert jaarlijks of de aanspreekcultuur werkt.  Voert leermomenten uit in trainingen en wedstrijden. Bespreekt met sporters hoe je respectvol omgaat met winst, verlies en conflicten.  Moedigt het kind thuis aan om eerlijk en respectvol te sporten. Praat na over wat er is geleerd, niet alleen over de uitslag. 
4  Stel kaders en faciliteer aan het begin van elk seizoen gesprekken over de gedragsregels met alle teams en kom hier tussentijds op terug.  Stelt kader en verwachtingen. Zorgt dat elk team een gesprek over gedragsregels voert aan het begin van het seizoen.  Begeleidt teamgesprek over gedragsregels. Komt er tussentijds op terug als dat nodig is.  Kent de gedragsregels van de club. Bespreekt thuis welk gedrag bij de club hoort. 
4  Bouw aan een aanspreekcultuur: zorg dat iedereen weet welk gedrag hoort en zich gesteund voelt om onveilig gedrag te benoemen.  Creëert een cultuur van openheid. Geeft zelf het goede voorbeeld en spreekt aan bij grensoverschrijdend gedrag.  Spreekt sporters en ouders aan bij ongewenst gedrag. Moedigt sporters aan om zelf ook te benoemen als iets niet goed voelt.  Geeft zelf het goede voorbeeld langs de lijn en in de kleedkamer. Spreekt andere ouders aan op negatief gedrag. 
3  Leg sociale veiligheid vast in beleid: wie doet wat, hoe wordt een melding afgehandeld en wanneer evalueer je dit?  Stelt beleid op met duidelijke rollen, processen en een meldprotocol. Evalueert dit jaarlijks.  Kent de eigen rol in het meldproces en handelt ernaar bij incidenten.  Weet waar en hoe een melding gedaan kan worden. 
3  Zorg dat de gedragsregels zichtbaar zijn en consequent worden nageleefd door leden, ouders en kader.  Maakt gedragsregels zichtbaar (poster, website, clubblad). Handhaaft consequent.  Past de gedragsregels toe en spreekt aan bij afwijkend gedrag.  Kent de gedragsregels en houdt zich eraan. 
3  Wijs een commissie of vrijwilliger aan die zich preventief bezighoudt met sociale veiligheid op de club.  Richt de commissie aan, stuurt aan en ondersteunt.  Levert signalen aan de commissie en werkt samen bij preventieve activiteiten.  Weet dat er een commissie of aanspreekpunt is voor sociale veiligheid. 
3  Zorg voor een goed bereikbare vertrouwenscontactpersoon (vcp) en informeer leden actief over hoe ze contact kunnen opnemen.  Werft en faciliteert de vcp. Communiceert actief wie de vcp is en hoe die te bereiken.  Weet wie de vcp is en verwijst door bij zorgen van sporters.  Weet wie de vcp is en hoe die te bereiken. Vertelt het kind dat de vcp er is als iets niet goed voelt. 
3  Vraag VOG’s aan voor vrijwilligers die werken met jeugd of kwetsbare groepen en houd de registratie bij.  Vraagt VOG’s aan en houdt de registratie bij.  Beschikt over een geldige VOG voordat er met jeugd gewerkt wordt.  — 
3  Pas het vier-ogenprincipe toe in risicosituaties (zoals kleedkamers en individuele begeleiding) en controleer of dit gebeurt.  Stelt de afspraak vast, communiceert die en controleert de naleving.  Past het principe toe: nooit alleen met een sporter in de kleedkamer of bij individuele begeleiding.  — 
2  Spreek sporters, ouders, kader en trainers aan op grensoverschrijdend gedrag. Let op: dit is het absolute minimum, alleen reageren is niet genoeg.  Reageert op meldingen en spreekt mensen aan bij incidenten.  Grijpt in bij zichtbaar grensoverschrijdend gedrag en meldt bij het bestuur.  Meldt grensoverschrijdend gedrag bij de trainer of het bestuur. 
1  Zet de eerste stap: ga aan de slag met de 4 V’s voor veiligheid. Erken dat er een probleem kan zijn, ook als het niet zichtbaar is.  Erkent de noodzaak van sociale veiligheid. Begint met de 4 V’s: gedragscode, VOG, vcp en vakkundige trainers.  —  — 

Ga direct naar de acties uitgelegd

Heb je hulp nodig bij het werken naar een volgend niveau, of wil je even sparren? Neem gerust contact op met de Verenigingsadviseurs.