Wie staat er aan jouw kant? – over sociale veiligheid op de bestuursagenda (Sportcafé 2026)

Op maandag 29 juni kwamen 88 vrijwilligers van tientallen Amersfoortse sportverenigingen samen voor het Sportcafé Positieve Sportcultuur. Ze deden hier onder andere kennis en inspiratie op tijdens verdiepende workshops op verschillende thema’s. Eén van deze sessies was van Serge Westercappel van het Centrum Veilige Sport Nederland. Hij besprak de rolverdeling tussen bestuur en vertrouwenscontactpersoon en wat sociale veiligheid in de praktijk vraagt.

Sociale veiligheid op de club: wie is verantwoordelijk voor wat?

Serge opende zijn workshop met een korte introductie over de taken en het bestaansrecht van het Centrum Veilige Sport Nederland (CVSN). Daarna stelde hij direct een vraag aan de zaal: “Wanneer weet je dat een vereniging sociaal veilig is?” Die vraag zorgde meteen voor interactie. De conclusie: dat weet je nooit zeker. Maar je kunt als vereniging wel een basis leggen door samen gedragsregels en normen te bepalen en een cultuur te creëren waarin gedrag bespreekbaar is.

Het bestuur is eindverantwoordelijk

Het bestuur is eindverantwoordelijk voor rust en orde op de vereniging en dus voor het organiseren van sociale veiligheid. Dat doe je op twee manieren: door te werken aan preventie en dit vast te leggen in een beleidsplan, én door helder te hebben wat er gebeurt bij een incident of klacht. Wie doet wat? Wie is de woordvoerder als de (lokale) media contact opneemt? Die helderheid voorkomt chaos op het moment dat het er écht toe doet.

De rol van de VCP is anders

De vertrouwenscontactpersoon (VCP) heeft een wezenlijk andere rol dan het bestuur. De VCP heeft geen belang binnen de club, is het luisterend oor en – zoals één van de aanwezige VCP’s het treffend omschreef – “de wegwijzer”. De VCP weet welke stappen gezet kunnen worden als iemand ongewenst gedrag heeft ervaren of gezien, en helpt de melder op de goede weg.

Belangrijk onderscheid: de VCP kan het bestuur adviseren over preventiemaatregelen, maar is daar niet verantwoordelijk voor. En de VCP dient zelf geen klacht in bij het bestuur, die verantwoordelijkheid ligt altijd bij de melder.

Meldplicht 

In de sport is reglementair vastgelegd dat bestuurders en begeleiders een meldplicht hebben bij vermoedens van seksuele intimidatie, matchfixing en doping. Niet alle aanwezigen bleken daarvan op de hoogte. Goed dus om dit te blijven benoemen. Melden kan via het meldpunt van de eigen sportbond en/of het CVSN.

Casuïstiek: drie inzichten

In het tweede deel van de sessie werd een casus besproken. Dat leverde waardevolle inzichten op:

  • Pas altijd hoor en wederhoor toe, ook als je persoonlijk vindt dat er al voldoende bewijs is gegeven door de melder. Ga ook het gesprek aan met de beschuldigde.
  • Probeer te achterhalen waarom iemand anoniem wil melden en realiseer je welke mogelijke gevolgen dit kan hebben. Anonieme meldingen betekenen een beperking in de incidentopvolging.
  • Zorg dat vooraf helder is hoe de communicatie verloopt bij een incident. Wat vertel je bijvoorbeeld, en wie is woordvoerder als de lokale media contact opneemt met de club?

De sessie sloot af met een checklist die bestuurders helpt om een goede balans te vinden tussen preventie en incidentopvolging. Handig om bij de volgende bestuursvergadering op de agenda te zetten.

Meer weten? Lees dan ook het handboek positieve sportcultuur, of neem contact op met de verenigingsadviseur.

Deel dit artikel

Kopieer link
1

Bel mij terug

Waar mogen wij je over terugbellen?

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is verborgen bij het bekijken van het formulier
Voer een geldig Nederlands telefoonnummer in.
* - verplichte velden